Boerderijruïne

Smeltwaterheuvels

Dit artikel gaat over het ontstaan en de locatie van smeltwaterheuvels in de gemeente De Wolden.

Krijgen we deze winter nog een Elfstedentocht? Het is al een kwart eeuw geleden dat de laatste is verreden. Dat Nederland onder een dik pak sneeuw gebukt ging is ook al weer een tijdje terug. De kans is klein, het heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ons klimaat langzamerhand aan het opwarmen is. Daar is vandaag de dag genoeg bewijs voor, zelfs uit onderzoek aan jaarringen in bomen kwam dit naar voren.

Gaan we pakweg tussen de 11.000 en 115.000 jaar terug in de tijd, dan zou er waarschijnlijk elk jaar een Elfstedentocht en een witte kerst zijn geweest. Er was toen sprake van de laatste ijstijd, genaamd het Weichselien. Er heerste toen een toendraklimaat met een gemiddelde temperatuur van de koudste maand onder -3°C en een gemiddelde temperatuur van de warmste maand tussen 0°C en 10°C.

Gaan we nog verder terug in de tijd, pakweg tussen de 130.000 en 300.000 jaar, toen was er eveneens sprake van een ijstijd, het Saalien genaamd. Deze voorlaatste ijstijd was een graadje erger dan de laatste. Het gehele gebied van Nederland boven de lijn Haarlem - Nijmegen was op gegeven moment bedekt met een dik pakket landijs, soms van honderden meters dikte. Een Elfstedentocht was in die periode simpelweg niet mogelijk. Immers op landijs kun je niet schaatsen, hooguit misschien langlaufen.

Het Saalien heeft een grote stempel gedrukt op het landschap van Nederland. De meest opvallende landschapselementen zijn meerdere stuwwallen, zoals bijvoorbeeld op de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Door een bijzondere ijsstroom is de Hondsrug in Drenthe ontstaan. De verhogingen waarop Ten Arlo, Zuidwolde, Nolde, Steenwijk, Havelte, Urk en Gaasterland liggen zijn het gevolg van opschuivende gletsjertongen, dat de grond voor zich uit omhoog duwden. Tot slot bevindt zich een de dikke keileemlaag onder vrijwel geheel Drenthe. Deze bijna ondoordringbare laag van keien en leem is door de grote druk van het bovenliggende landijs ontstaan.

Ontstaan smeltwaterheuvels
In de gemeente De Wolden bevinden zich enkele andere overblijfselen uit het Saalien. Ze dragen de naam berg, maar verdienen die naam eigenlijk niet. Ik heb het over de Braamberg, de Hunnenkloosterberg en de Galgenberg. De in het Dwingelderveld gelegen Benderse Berg behoort er eveneens tot dezelfde categorie. Deze “bergen” staan bekend in de geologie als smeltwaterheuvels, ook wel kames genoemd. Smeltwaterheuvels zijn ontstaan aan het einde van het Saalien. Het landijs begon te smelten en op sommige plekken ontstonden er spleten en gaten in dat dikke pakket landijs. Het smeltwater stroomde door dergelijke gaten naar beneden en nam het door het landijs meegevoerde zand, grind en ander bodemmateriaal met zich mee. Onder zo’n spleet of gat kwam al dat materiaal op de onderliggende keileemlaag te liggen, met als gevolg dat daar een heuvel ontstond.

In de periode voor de twintigste eeuw was veel gebied in de wijde omgeving van Ruinen nog bedekte met uitgestrekte heidevelden. In die tijd waren de smeltwaterheuvels markante herkenningspunten in het landschap, die van verre zichtbaar waren. Door ontginning van de heidevelden en de aanplant van bossen en singels liggen de meeste nu enigszins verscholen in het landschap. Tegenwoordig steken ze nog drie tot vijf meter boven het omringende landschap uit.

De Braamberg
De Braamberg ligt ten zuiden van Kerkenveld aan het einde van de Braambergweg, tegen de provinciegrens met Overijssel aan. Het heeft een oppervlakte van iets meer dan 5 hectare. Het heeft een redelijk ronde vorm met een lange diameter van ongeveer 300 meter en een korte diameter van iets meer dan 200 meter. Met een hoogte van 14,4 meter boven NAP is de Braamberg de hoogste van deze hierboven genoemde vier smeltwaterheuvels. Het gebied is in particulier bezit.

Halverwege de 19e eeuw verschijnt het eerste akkertje, terwijl het gebied rondom nog bijna volledig uit heide bestaat. Rond het jaar 1900 is met de ontginning van verschillende delen van dat heidegebied begonnen. De eerste woning pal naast de Braamberg is dan al verschenen, alhoewel er een vermoeden bestaat dat er eerder bewoning heeft plaats gevonden. Halverwege de 20e eeuw zijn de woeste gronden bijna volledig verdwenen. Tevens hebben er sindsdien afgravingen plaatsgevonden.

De Hunnenkloosterberg
De Hunnenkloosterberg ligt in de gemeente De Wolden aan de zuidzijde van de provinciale weg de N375, pal naast de parkeerplaats aldaar. Het heeft een oppervlakte van iets meer dan 11 hectare en oorspronkelijk leek een beetje op twee ronde vormen die tegen elkaar aanliggen. Tegenwoordig is slechts een ronde vorm over, met een lange diameter van ruim 500 meter en een korte diameter van net iets meer dan 300 meter. Het heeft een hoogte van 10 meter boven NAP en is in bezit van Staatsbosbeheer.

Pas halverwege de 20e eeuw vinden in de directe omgeving ontginningen plaats. Zowel voor landbouw als voor bosbouw. De Hunnenkloosterberg blijft gelukkig vrij van ontginningen. De weg die er ten noorden langsloopt, is in 1975 veranderd in de provinciale weg N375.

In de directe omgeving zijn de resten van prehistorische graven en stenen voorwerpen als bijgiften gevonden. De vindplaats van deze vondsten zijn niet meer bekend, maar het mag duidelijk zijn dat de Hunnenkloosterberg tijdens het Neolithicum, die hier zo’n elfduizend jaar voor Christus begon, een aantrekkelijk punt in het landschap was. Waar de naam Hunnenklooster vandaan komt heb ik (nog) niet kunnen achterhalen.

De Galgenberg
De Galgenberg ligt in de gemeente De Wolden aan de Galgenkamp tussen Anholt en Ruinen en ten zuiden van het Nationale Park Dwingelderveld. Het heeft een oppervlakte van bijna 11 hectare en heeft een ronde vorm, alhoewel op de hoogtekaart een tweede kleinere verhoging zichtbaar is. Onduidelijk is of die bij de smeltwaterheuvel hoort. De lange diameter is ruim 400 meter en de korte diameter van net iets meer dan 350 meter. Het heeft een hoogte van 12,6 meter boven NAP en is deels in particulier bezit en deels van Natuurmonumenten.

Ook hier vinden pas halverwege de 20e eeuw in de directe omgeving ontginningen plaats. Rond die tijd loopt er ook een weg dwars over de Galgenberg naar de nabij gelegen landbouwgronden.

Op de Galgenberg lag een grafheuvel die in 1951 is onderzocht door de archeoloog Willem Glasbergen. Hoewel de grafheuvel door zandwinning inmiddels voor de helft was vergraven, bevatte de kern nog een restant van een neolithisch graf. De Galgenberg dankt zijn naam aan de galg die boven op de grafheuvel was geplaatst, op de grens tussen de marken van Ruinen en Pesse. De galg moet in de achttiende eeuw zeker zichtbaar zijn geweest vanuit de postkoets op de route van Ruinen via Anholt over het Dwingelderveld naar Spier. De laatste executie zou volgens plaatselijke overleveringen in 1751 hebben plaatsgevonden.

Aan de oostkant van de Galgenberg zijn raatakkers te vinden, ook wel “celtic fields” genoemd. Overigens hebben de Kelten niets met deze akkertjes te maken. De raatakkers komen uit een periode die liep vanaf de Late Bronstijd (ongeveer 1000 voor Christus) tot in de Romeinse tijd. Een raatakker is een klein akkertje, niet groter dan 50 bij 50 meter. Er liggen altijd meerdere raatakkers als een soort bijenraat naast elkaar en vormen een soort akkersysteem, dat soms enkele hectares groot kan zijn. Op de raatakkers verbouwden ze verschillende gewassen, zoals emmer, bedekte gerst, duivenboon, pluimgierst, huttentut, rogge en spelt. Wanneer de zandige grond op een raatakker door veelvuldig gebruik uitgeput raakte, schoven ze die naar de rand, waardoor daar een aarden wal ontstond. Van elders voerden ze dan nieuwe, vruchtbare grond aan. Een van de raatakkers was in gebruik voor bewoning, meestal op een uitgeputte akker. In het noordwesten van Europa is met speciale apparatuur het geheel aan aarden walletjes vanuit de lucht tegenwoordig nog steeds te zien.

De Benderse Berg

Hoewel de Benderse Berg niet in de gemeente De Wolden ligt, neem ik hem in dit overzicht toch mee. Vooral omdat ik al jaren gids ben op het Dwingelderveld en deze smeltwaterheuvel midden in dat terrein ligt. Het heeft een oppervlakte van ruim 2 hectare en heeft een ronde vorm. De lange diameter is ruim 200 meter en de korte diameter ruim 100 meter. Het heeft een hoogte van 13,4 meter boven NAP en is in bezit van Natuurmonumenten. Er loopt al minstens twee eeuwen een weg van Ruinen naar Spier. De grens tussen de marken van Ruinen en Lhee liep over de Benderse berg tussen twee palen, die even ten noorden en ten zuiden van deze heuvel waren geplaatst.

Vanaf het eind van de 19e eeuw staan er op de Benderse Berg twee keuterijen, kleine boerderijen met akkertjes temidden van wat bos, in een verder kaal heideveld. In 1975 is er nog maar een boerderij over en deze laatste boerderij is in 2018 afgebrand. Die was overigens nooit aangesloten op gas, water en licht. Water kwam nog wel uit een lokale waterput, de rest moest men zelf voor zorgen.

Overige smeltwaterheuvels
Naast de vier hierboven genoemde smeltwaterheuvels komen er nog een vijftiental andere in onze provincie voor. Zo liggen er twee ten westen van Hoogeveen. Een daarvan is inmiddels nagenoeg verdwenen, het tracé van de A28 ligt er precies overheen. De andere ligt iets noordelijker, waar nu de boerderij van Flokstra staat, bekend van het onderduikadres uit de Tweede Wereldoorlog. In Fluitenberg liggen er vervolgens twee, waarvan er eentje eveneens resten van raatakkers vertonen, en de rest zijn gesitueerd in de omgevingen van Assen en Schoonloo.

Tot slot
De informatie over smeltwaterheuvels komt voornamelijk van het Geoportaal voor de Hogeschool Van Hall Larenstein en een document van de heren R. Reinders en S. Arnoldussen. De informatie over de raatakkers komt voornamelijk van de website van het Hunebednieuwscafe.