Boerderijruïne

Gewoon knuppeltje

  • Aug 13, 2022 12:00
  • Natuur om de hoek in de Meppeler Courant

Al meer dan een halve eeuw ben ik vogelaar, daar was ik voor mijn studie biologie al mee begonnen. Nu zou je kunnen denken dat ik mij tijdens mijn studie voornamelijk op vogels zou richten. Echter dat is niet het geval geweest.

Mijn hoofdvak was entomologie, de leer der insecten. Daar zijn er immers veel meer van. Want voor elke vogelsoort op aarde zijn er minstens 500 insectensoorten. Als je bedenkt dat er ongeveer 10.000 vogelsoorten zijn, reken dan maar uit hoeveel insectensoorten er zijn. Een ruwe schatting van het totale aantal individuele insecten op aarde is meer dan een triljoen, dat is een getal met 18 nullen.

Tijdens colleges kwamen uiteraard allerlei curieuze insecten voorbij, zei het een beperkt aantal. Pas na mijn studie kwam het internet en vele jaren later pas social media. Beiden zijn een bron voor een grote variatie aan toegankelijke informatie (alhoewel er ook de nodige onzin aan complottheorieën staat). Hierdoor zijn er eveneens steeds vaker bijzondere insecten te bewonderen. Zo kwam ik onlangs op Twitter een insect tegen die qua naam mijn aandacht wekte. Ik had nog nooit van hem gehoord had en toch komt hij in Nederland algemeen voor. Het betreft het gewoon knuppeltje. Niet alleen heeft dit insect een opvallende naam, zijn uiterlijk en levenswijze zijn eveneens heel bijzonder.

Het gewoon knuppeltje behoort tot de familie van de blaaskopvliegen. Hij is ongeveer anderhalve centimeter lang en heeft opvallend grote ogen op zijn zwart-gele kop. Die ogen steken zelfs aan beide kanten van zijn lichaam uit, de poten en vleugels uitgezonderd. Zijn borststuk is zwart van kleur en daaraan zitten zijn twee vleugels en zijn drie paar rode poten. Zijn achterlijf is opmerkelijk van vorm voor een vliegensoort. De voorste segmenten van zijn achterlijf zijn opvallend dun, terwijl de achterste segmenten een normale afmeting hebben. Hierdoor krijgt zijn gehele achterlijf het uiterlijk van een klein knuppeltje. Vandaar ook zijn naam. Dit achterlijf is zwart van kleur met gele banden. Hierdoor lijkt hij qua kleurstelling en vorm verdacht veel op een wesp. Overigens kunnen er in Nederland drie soortgenoten voorkomen, het gracieus knuppeltje, het zwart knuppeltje en het prachtknuppeltje. Deze drie zijn wel erg zeldzaam, mogelijk alleen in Limburg waar te nemen.

Dat het gewoon knuppeltje grote ogen heeft en veel op een wesp lijkt heeft te maken met zijn unieke levenswijze. Als volwassen insect bezoekt hij allerlei bloemen en leeft van nectar. Dat is op zich niets bijzonders. Echter op die bloemen komen ook allerlei bijensoorten af, zoals wespen, solitaire bijen, honingbijen en hommels. Nu komt het opvallende. Een vrouwtje zit niet alleen voor de nectar op een bloem, zij is ook op zoek naar een van de hierboven genoemde bijensoorten. Heeft zij er eentje op het oog, dan achtervolgt zij het slachtoffer. Vervolgens zal zij het slachtoffer in vlucht van achteren op de rug vastgrijpen. Met een speciaal orgaantje onderaan haar achterlijf legt zij tot slot een eitje tussen de segmenten in het achterlijf van het slachtoffer. Uit het eitje ontwikkelt zich in het lichaam van het slachtoffer een larve. Binnen 12 dagen is de larve volgroeid en verpopt zich in het inmiddels overleden slachtoffer.

De Engelse naam van het gewoon knuppeltje wijst ook op dit bijzondere gedrag. Aan de andere kant van de Noordzee heet hij waisted beegrabber, wat vrij vertaald de getailleerde bijengrijper betekent.


Terug naar overzicht