Boerderijruïne

Ontario

  • Jun 30, 2022 12:00
  • Passage uit “Mijn vogels, belevenissen van een vogelaar”

De volgende passage komt uit mijn boek “Mijn vogels, belevenissen van een vogelaar” en gaat over een reis naar Ontario in 2012.

Het volgende reisdoel is Manitoulin Island, gelegen in Lake Huron. Het is het grootste eiland ter wereld in een zoetwatermeer. De laatste ferry van de dag redden we niet, dus we parkeren onze camper op een camping in Tobermory. Voorheen was deze camping een appelboomgaard, op meerdere plekken hangen er appels aan de bomen. De ochtend voor de overtocht heb ik nog tijd voor een wandeling op het terrein, het is mooi weer. Ik kom de eerste kolibrie tegen, de robijnkeelkolibrie. ‘Hoe kan zo’n drie gram wegende vogel zo noordelijk voorkomen?’. Het aantal bloeiende planten lijkt immers niet genoeg. Deze kolibrie voedt zich namelijk ook met plantsappen en insecten. De plantensappen stromen uit de gaten, die door geelbuiksapspechten in de bomen zijn uithakt. Op die zoete lekkernij komen allerlei insecten af, die eveneens als voedsel voor de kolibrie dienen. Even verderop kom ik een dikke drol in het gras tegen. Mijn eerste gedachte gaat uit naar een dronken campinggast, maar even later zie ik de dader, een zwarte beer. Hij loopt even verderop en doet zich tegoed aan de vele appels.

Later in de ochtend rijden we de veerboot naar Manitoulin Island op. We reserveren een plek op Gordons Park. Na de gebruikelijke plichtplegingen maken we een rondrit over dit eiland. Het begint gelijk al goed, een paartje Canadese kraanvogels in een wei. Even verderop nog een stelletje. De tocht kan al niet meer stuk. Dat is maar goed ook, de rest van het eiland is niet spectaculair, zowel qua cultuur als natuur. Gelukkig eindigt de rondrit spectaculair. In een groot stoppelveld lopen ongeveer 150 Canadese kraanvogels. Onwijs gaaf. Als we ’s avonds onder het genot van een wijntje bij een kampvuurtje zitten, horen we regelmatig het getrompetter van overvliegende kraanvogels. Zij gaan op weg naar het zuiden.

Uit het hoofdstuk “Ontario 2012” pagina 86-87.


Terug naar overzicht