Boerderijruïne

Meikever

  • May 21, 2022 12:00
  • Natuur om de hoek in de Meppeler Courant

In de jaren tachtig van de vorige eeuw heb ik een periode op het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek in Wageningen gewerkt. Ik deed daar onderzoek naar de resistentie van sla tegen bladluizen.

Dit was niet het enige soort onderzoek dat ze op het inmiddels opgeheven instituut (het is opgegaan in de Universiteit van Wageningen) deden, uiteraard ook aan allerlei andere plaagveroorzakende organismen. Voor mijn onderzoek zat ik veel in een laboratorium achter een microscoop. Dan wil je wel eens wat anders en toen een collega mij vroeg of ik hem wilde assisteren om in een proefveld engerlingen te verzamelen, stond ik daar positief tegenover. Niet zomaar een proefveld, het was het toenmalige militair veldveld in Soesterberg. Aan het begin van de startbaan verzamelden we onder de graszoden engerlingen. Bedenk daarbij dat er af en toe een straaljager vertrok, slechts op enkele tientallen meters van ons proefveld. Een lawaaiige en stinkende ervaring.

Engerlingen zijn de larven uit de familie van de bladsprietkevers, waarvan de meikever de meest bekende is. Andere min of meer bekende kevers uit deze omvangrijke familie zijn de johanneskever, de neushoornkever, de mestkever, het vliegend hert, de junikever en de julikever.

De engerlingen uit deze familie leven bijna uitsluitend van levend of dood plantaardig materiaal. Zo leeft de engerling van het vliegend hert van afgestorven eikenhout en die van de mestkever van de keutels van plantenetende zoogdieren. Andere engerlingen, zoals die van de bekende meikever, leven onder de grond en zijn berucht omdat de wortels van grassen op hun menu staan en soms hele stukken grasveld om zeep kunnen helpen. Rondom een startbaan is vanwege de veiligheid altijd een brede strook gras aangelegd. De kans op aantasting door engerlingen van deze graszode is dan zeer reëel en vandaar dat wij ze op die lokatie verzamelden. De schade komt niet uitsluitend door het effect van de engerlingen op de graszode. Allerlei vogels en zoogdieren zoeken op dergelijke grasvelden naar deze “lekkere hapjes” en trekken dan grote plukken graszode los. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kraaien en dassen.

Maar voordat je een engerling hebt, moet je wel eerst twee volwassen exemplaren hebben. Voor de meikever geldt dat je die omstreeks de maand mei voornamelijk zult aantreffen, bij voorkeur aan het begin van de avond.

De meikever is 25-30 mm lang met een zwart halsschild en een zwarte kop. Het achterlijf, dat voor het grootste deel verborgen zit onder de roodbruine dekschilden, vertoont aan beide zijden een rij driehoekige witte vlekken. Er zitten twee opvallende gewaaierde antennes op hun kop. De meikever komt voornamelijk voor op de lichte zandgronden in het noorden, oosten en zuiden van het land.

De levenscyclus van de meikever is echter bijzonder, het grootste deel van het leven bevindt zich namelijk onder de grond. Het vrouwtje zet haar eieren af onder de grond, waaruit na een paar weken de larven komen, de hierboven genoemde engerlingen. Een engerling leeft twee of drie jaar onder de grond en doet zich dan te goed aan allerlei wortels. Na die lange periode verpopt de engerling zich in de zomer. Na een paar weken komt uit deze pop in de herfst een volwassen meikever, die pas boven de grond komt in het volgende voorjaar, als de temperatuur hoog genoeg is. De meikever vliegt dan meestal naar de eerste de beste boom. De voornaamste taak is om een partner te vinden en voor nageslacht te zorgen. Eten doen hij wel, meestal wat bladeren van bomen, maar dat stelt niet zoveel voor. Na een paar weken sterft de meikever, echter nadat het vrouwtje eerst haar eieren in de grond heeft afgezet voor een volgende generatie.


Terug naar overzicht