IMG_9181 kopie

Regenwormen

  • Apr 13, 2022 12:00
  • T.b.v. de krui-tocht van Henry Mentink

Charles Darwin is onlosmakelijk verbonden aan de evolutietheorie. Zijn boek “On the Origen of Species” behoort tot de standaardboeken in de biologie. Echter weinig mensen zullen weten dat hij een boek geschreven heeft over regenwormen. De titel luidt: “The Formation of Vegetable Mould Through the Action of Worms”. Het is een in 1881 verschenen, nadat hij er ruim veertig jaar aan had gewerkt.

Het boek behandelt zijn onderzoek naar het gedrag van regenwormen en de invloed ervan op de grond. Zo kwam Darwin bij Stonehenge tot de ontdekking dat door het graafwerk van regenwormen door de eeuwen heen de gigantische stenen langzamerhand de grond in waren gezonken. Het boek bleek een groot succes en regenwormen kregen sindsdien een beter imago. En terecht, ze zijn en blijven van essentieel belang in het gezond houden van een vruchtbare bodem.

De regenworm als soort bestaat niet, het is een verzamelnaam. Vergelijkbaar met een vlinder. In Nederland komen ongeveer 25 verschillende soorten regenwormen voor, die in drie groepen zijn ingedeeld: strooiselwormen, bodemwormen en pendelaars. Elke groep heeft zijn eigen taak in de bodem en voor een gezonde bodem zijn alle drie belangrijk.

  • Strooiselwormen, zoals Lumbricus rubellus, leven in de bovenste laag van de bodem, vooral in de zode van grasland. Ze hebben een rode kleur en zijn beweeglijk. Zij zijn belangrijk voor de afbraak van plantenresten en mest.
  • Bodemwormen, zoals Aporrectodea calliginosa, zijn vaak de enige wormen die zich handhaven in de bouwvoor van bouwland. Het is een grauwe, trage worm. Hij eet zich door de grond en is een belangrijke structuurverbeteraar.
  • Pendelaars, zoals Lumbricus terrestris, zijn de grootste regenwormen van Nederland. Zij graven verticale gangen (tot 3 m diepte) in gronden met een ongestoord profiel en een lage grondwaterstand. Deze worm heeft een rode kop en vaak een platte staart. Hij komt ’s nachts aan de oppervlakte om plantenresten te zoeken die hij mee de grond in trekt. Naast vertering van organisch materiaal verbetert hij de waterinfiltratie en diepere beworteling.

Een regenworm heeft geen oren en ogen, maar hij is wel gevoelig voor licht, contact en trillingen. Hij bestaat uit talrijke ringvormige segmenten. Per segment zitten vier paar korte borstels, die afzonderlijk door kleine spiertjes bewogen kunnen worden. Met het toenemen van de leeftijd komen er segmenten bij. Vlakbij het uiteinde zit een speciale groeizone waar nieuwe segmenten kunnen ontstaan. Aan de voorkant, ter hoogte van het dertigste segment, zit bij een volwassen regenworm een opvallende verdikking, het zadel genoemd. Dit zadel is van belang bij de paring. Want hoewel regenwormen gelijkertijd mannelijk en vrouwelijk zijn, zijn er wel twee exemplaren nodig voor het nageslacht.

Vaak zie je dat een regenworm bladmateriaal de grond intrekt. Het zal je misschien verbazen dat hij het celmateriaal, waaruit zo’n blad is opgebouwd, niet kan verteren. Enzymen voor de afbraak ervan bezit hij niet. Maar wat eet hij dan wel? Zijn dieet bestaat vooral uit bacteriën, aaltjes, protozoën en schimmels. Met andere woorden de organismen die zich op het organisch materiaal of tussen de gronddeeltjes bevinden.

Er is uitgerekend dat er gemiddeld 206 regenwormen per vierkante meter voorkomen. Dat wil niet zeggen dat elk gebied dat aantal bevat. In bossen op zandgrond zul je ze nauwelijks aantreffen, in heidegebieden komen ze zelfs niet eens voor. Vooral klei- en veenbodem bevatten hoge aantallen. Dat kan wel oplopen tot ruim 500 exemplaren per vierkante meter. Zonder regenwormen zou het leven op aarde er heel anders uitzien. Ze zijn namelijk essentieel voor het ontwikkelen van vruchtbare bodems. Langdurige aanwezigheid beïnvloedt de structuur, de organische stof, het lucht- en vochtregulerende vermogen en de stofkringlopen.

Ter overdenking: alle regenwormen van Nederland bij elkaar ploegen ongeveer net zo hard door de bodem als alle boeren bij elkaar. De boeren hebben daar brandstofslurpende en zware tractoren voor nodig, regenwormen doen het uit zichzelf met uitsluitend organische stoffen als brandstof. Daarbij neemt het aantal regenwormen door menselijk ploegen af, door natuurlijk ploegen juist toe.

Voor meer informatie over de krui-tocht van Henry Mentink kijk op https://wheelbarrow-walk.com

Terug naar overzicht