Boerderijruïne

Kraanvogel

  • Feb 26, 2022 12:00
  • Natuur om de hoek in de Meppeler Courant

Sinds het begin van deze eeuw woon ik in Drenthe. Met veel plezier en met meer rust dan in een grote stad. Dat mijn komst naar Drenthe gelijk viel met de komst van de kraanvogel als broedvogel in ons land is een toeval. Maar wel een prachtig toeval!

Van één broedpaar in 2001 in het Friese deel van het Fochteloërveen is het aantal in 2021 geleidelijk gestegen naar 46 paar. Veertig hiervan legden eieren, daarvan kregen er 24 jongen en uiteindelijk zijn er 21 jongen uitgevlogen. Niet alleen in het Fochteloërveen, ook elders in ons land zijn deze sierlijke vogels inmiddels tot broeden gekomen. Drenthe is wat dat betreft het best voorzien, maar in enkele (veen)gebieden van Twente, Gelderland en op de grens van Brabant en Limburg hebben zich eveneens broedparen gevestigd.

Of het dubbel toeval is of niet, maar sinds ik mij als vrijwillige gids op het Dwingelderveld heb aangemeld, broeden er kraanvogels in dit grote natte heidegebied. De laatste paar jaar zelfs met meerdere broedparen. Jammergenoeg niet altijd met succes. Sommige jaren kenmerkten zich door grote droogte, waardoor de nesten (kraanvogels broeden op de grond) en de jongen kwetsbaar waren voor predatoren.

Ondanks de toename van de afgelopen twee decennia is er nog geen reden voor een groot optimisme. De kraanvogel is zeer gevoelig voor verstoring als het op broeden aankomt. Daarnaast heeft hij de nodige ruimte nodig om zijn jongen groot te brengen. Dat maakt hem kwetsbaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat natuurbeheerders soms bijzondere maatregelen moeten treffen om een broedsel tot een succesvol einde te laten brengen. Sommige paden in hun broedgebied kunnen daarom tijdelijk afgesloten zijn. Een stuk omrijden of omlopen is voor ons een kleine moeite, de kraanvogels zullen je ervoor dankbaar zijn.

Tijdens het broedseizoen is de kraanvogel niet zo zichtbaar, immers hij heeft een nest en/of jongen te verzorgen en duldt daarbij geen pottenkijkers. Anders is dat buiten die periode. Neem eens een wandeling door een gebied waar hij gebroed heeft, dan is de kans zeer reëel aanwezig om ze te zien. Zelf kom ik regelmatig op het Dwingelderveld en hoor en zie hem daar met enige regelmaat. Of wandel eens door het Fochteloërveen, daar is de kans zelfs nog groter. Mede vanwege het hogere aantal broedparen.

De beste gelegenheid om kraanvogels te zien is tijdens de trek. In het voorjaar vanaf eind februari tot eind maart, in het najaar vanaf half oktober tot soms in december. Honderdduizenden vogels trekken dan tussen hun broedgebieden in Scandinavië en de Baltische Staten en hun overwinteringsgebieden in Zuid-Frankrijk en Spanje. In Nederland is de meeste kans ten oosten van de lijn Enschede-Eindhoven. Bij voorkeur bij een oostenwind. Dan kan het in sommige gevallen gaan over zwermen met vele honderden exemplaren. Helaas zullen dergelijke aantallen in ons land niet gauw neerstrijken, zoals dat wel met ganzen in de winter het geval is. Mocht je grote aantallen op de grond willen zien, dan is een ritje naar Diepholz, ruim 100 km over de grens in Duitsland, een aanrader. Daar zitten in die periode grote aantallen kraanvogels op de akkers.

Belangrijk is vooral te genieten als je zo’n grote zwerm kraanvogels over hoort komen. Het mag dan geen fanfare of symfonieorkest zijn, maar het trompetteren heeft wel iets magisch. En mocht je meer over de kraanvogel willen weten, eind 2021 is het boek “Kraanvogels in Nederland” van Herman Feenstra verschenen.


Terug naar overzicht